Vijf voedingsregels

1. Voeding bestaat voor 60-99% uit eiwitrijk ruwvoer van de juiste kwaliteit.
2. Minimaal krachtvoer en zo min mogelijk suikers en zetmeel.
3. Minstens 1 x per jaar de paardentandarts naar het gebit laten kijken.
4. Te dik zijn voorkomen.
5. Voeding aanpassen aan de opname- en kauwmogelijkheden van het paard.