Feiten en fabels over rhinopneumonie

Ieder jaar wordt de paardenwereld wel weer een paar keer opgeschrikt door uitbraken van de gevreesde virusziekte rhinopneumonie. De indianenverhalen zijn dan vaak niet van de lucht. Paardenarts Thibault Frippiat zet de feiten en fabels op een rij.

De naam rhinopneumonie betekent ontsteking van de neusholte en longen. Het is in de paardenwereld de gangbare term voor een virus, dat luchtweginfecties veroorzaakt. Eigenlijk heet het ‘Equine Herpes Virus’, kortweg EHV. Er zijn vijf varianten, waaronder vier die in de luchtwegen terecht kunnen. Die zijn lang niet allemaal even gevaarlijk. Frippiat: “EHV4 geeft meestal alleen verkoudheidsverschijnselen, terwijl EHV2 en EHV5 zelden zichtbare verschijnselen veroorzaken. Deze types EHV komen zo algemeen voor, dat we aannemen dat bijna alle paarden er ooit mee in contact zijn gekomen. Vaak merken eigenaren niet eens dat hun paard dit heeft, want ze vertonen lang niet allemaal symptomen.”

Verlamming
Een heel ander verhaal is het type EHV1. Naast verkoudheidsverschijnselen, kan deze er ook voor zorgen dat fokmerries hun veulens voortijdig verwerpen. Soms worden veulens doodgeboren of sterven ze kort na de geboorte. Een andere variant van deze EHV1 is nog veel gevaarlijker. Dat is de gevreesde ‘neurologische’ vorm, die ernstige verlammingsverschijnselen veroorzaakt bij volwassen paarden. “Dit kan helaas dodelijk zijn. Als paarden het wel overleven, houden ze soms restverschijnselen, waardoor ze in veel gevallen niet meer geschikt zijn om te rijden.”

Quarantaine
EHV begint meestal als een griepje. Paarden zijn snotterig, willen niet eten, zijn sloom, hebben koorts of soms ook dikke benen. Bij de gevaarlijke variant zakken paarden door hun benen of lopen ze in een rare, zwalkende gang. Frippiat: “Vertrouw je het niet, bel dan meteen je dierenarts. Vergeet ook niet om de andere paarden te beschermen door het zieke dier in quarantaine te plaatsen, want het is een besmettelijk virus. De dierenarts kan een test doen om uit te zoeken of inderdaad sprake is van EHV. Dat is belangrijk, want hoe eerder je het weet, hoe sneller je actie kunt nemen om andere paarden te beschermen. Aarzel dus niet met bellen.”

Medicatie
Er zijn geen geneesmiddelen tegen EHV. “Maar we kunnen wel wat doen om de symptomen te verlichten”, vertelt Frippiat. “Je kent misschien de beelden van paarden die in een harnas hangen om overeind te blijven. Dat is belangrijk voor hun organen. Daarnaast krijgen ze pijnstillers en ontstekingsremmers. Paarden die zo verlamd zijn dat ze niet meer kunnen plassen, krijgen een katheter. Hoe sneller ze door deze fase komen, hoe groter de kans op een positieve afloop.”

Besmettelijk
EHV is erg besmettelijk. Het kan worden overgebracht van paard op paard, maar ook via jouw kleding, schoenen of je haar. Dus als er een uitbraak is, zijn strenge hygiëne maatregelen nodig. Als alle paarden koortsvrij zijn, moeten deze maatregelen en de quarantaine nog minimaal twee, maar liever vier weken worden aangehouden om te voorkomen dat het opnieuw oplaait. Paarden die het eenmaal hebben gehad bouwen weliswaar enige afweer op, maar sommige dragen het virus levenslang bij zich, waardoor het kan oplaaien bij verminderde weerstand of in perioden van stress.

Inenting
Er bestaat een vaccinatie tegen EHV. “Dit biedt geen gegarandeerde bescherming tegen de neurologische verschijnselen”, zegt Frippiat. Toch raadt hij aan om paarden wel te vaccineren tegen EHV. “Er is aangetoond dat daardoor de virusdruk afneemt. Bovendien werden paarden die waren gevaccineerd minder ziek. Het heeft echter alleen nut als alle paarden van een stal worden ingeënt.” Vooral in situaties waarbij je paard regelmatig met ‘vreemde’ paarden in aanraking komt, is er een risico op besmetting. Ga je ergens met hem naartoe, laat hem dan niet aan andere paarden of voorwerpen snuffelen. Gebruik ook nooit spullen, zoals borstels of dekjes, van een ander paard. Was zelf je handen voor je van het ene naar het andere paard gaat. Maar ook dat is geen garantie. EHV kan spontaan terugkomen bij een paard dat eerder in aanraking is gekomen met het virus en misschien zelf helemaal geen symptomen heeft of heeft gehad.

(Tekst: Tessa van Daalen, foto: Heleen Schenk)