Goed Doel Charitatieve Instelling ANBI

Gedrag

Paarden die ouder worden kun je tot op zekere hoogte vergelijken met mensen die ouder worden. Alles gaat iets minder soepel en de energie wordt minder. Er is behoefte aan een lager tempo en aangepaste zorg. Maar sociale omgang met anderen is dé voorwaarde voor een mooie oude dag. Paarden zijn kuddedieren, maar als ze op De Paardenkamp komen moeten ze best even wennen. En net als oude mensen, zijn ook oudere paarden lang niet altijd aardig tegen elkaar. Maar als ze eenmaal hun plek hebben gevonden worden ze vaak op hun oude dag weer ‘echt paard’.

De leefomgeving voor oudere paarden op De Paardenkamp is uniek in Nederland. De hieronder beschreven observaties van de medewerkers over hun gedrag zijn dan ook vooral van toepassing op deze situatie, hoewel veel gedragingen natuurlijk ook op andere plekken voorkomen.

Rangorde

Na twintig jaar vaak alleen of bijna alleen geleefd te hebben, komen paarden op De Paardenkamp in een kudde, een sociale groep terecht. Dan moeten ze eerst weer leren communiceren met andere paarden en hoe je je gedraagt in een groep. En dat geeft wel eens conflicten in het begin. Er was bijvoorbeeld een Shetlander die altijd alleen had gestaan en die was niet aan het leven in een kudde gewend en kreeg dus in het begin wel klappen. Maar na verloop van tijd was hij het die de klappen uitdeelde.

Oudere paarden die wel in een groep hebben geleefd hebben het vaak moeilijk om hun oude positie op te geven als ze in een nieuwe kudde terecht komen. Dat gaat lastiger dan bij jongere paarden, omdat ze al vele jaren gewend zijn geweest om bovenaan te staan, die plek willen ze behouden. Aan de andere kant zie je ook dat paarden die voorheen heel dominant waren, maar in de nieuwe situatie een ondergeschikte positie krijgen, daar heel ontspannen van worden. Geen spanning en geen stress meer. Dat kan soms een echte karakterverandering geven. Eén van de politiepaarden kwam als een ‘baasje’ binnen, maar was na een tijdje helemaal veranderd, liep heel ontspannen rond en had niet meer de drang om zich te bewijzen.

Als paarden nieuw op De Paardenkamp arriveren, dan gaan ze samen de wei in, maar ze kennen Sjoerd-Jan IMG_5099elkaar nog niet. De groep is dan niet te groot en ze hebben genoeg ruimte. De medewerkers gaan dan bekijken wie met wie wel of juist niet overweg kan. Het is vaak een kwestie van uitproberen. De groepen voor de winterstalling in de potstallen worden gedurende de zomer in de wei samengesteld. Daarna worden ze niet meer veranderd, dat heeft een positieve invloed op de omgang in de winter in de groepsstallen.

Maatjes

Paarden zijn sociale dieren. Als paarden op De Paardenkamp komen, vinden ze vaak een maatje. En als ze een maatje hebben, gaan ze samen naar een nieuwe kudde, want dat is gemakkelijker dan alleen. Ze trekken dan met z’n tweeën of drieën op. Als er één overlijdt, dan sluit er zich een ander weer bij aan. Het lukt niet altijd om een maatje te vinden, want net als bij mensen is de één socialer dan de ander, soms is een paard liever op zichzelf. Dat gaat op De Paardenkamp niet ineens veranderen. Maar als het paard het wil, heeft hij de mogelijkheid een ander op te zoeken en dat kan niet als ze allemaal alleen staan.

Maatjes zijn overigens niet altijd even trouw aan elkaar. Als paarden van één eigenaar hier als maatjes samen komen, kan het best zo zijn dat ze in de groep een ander maatje vinden. Dan laten ze elkaar net zo gemakkelijk los. Er was ook dat stel dat, hoewel ze in de zomer gescheiden werden, omdat één te slecht was geworden om in de wei te staan, elkaar in de winter op stal meteen weer opzochten. Ze lieten hun nieuwe zomermaatjes net zo snel weer vallen.

Vaak blijven maatjes tot het einde samen. Ook als één van hen heel slecht wordt, dan past de ander zich aan diegene aan. Paarden rouwen ook op een bepaalde manier, dat kun je zien aan het maatje van een overleden paard. Soms blijven ze heel lang zoeken en onrustig, zijn een tijd best van slag. Het kan ook gebeuren dat ze al snel weer een nieuw maatje vinden. Op De Paardenkamp woonde een blind paard dat alles samen deed en met alles geholpen werd door een nogal mager paard: ‘de dunne en de blinde’. Het was doeltreffend en mooi om te zien. Zij zijn daarom zo lang mogelijk in staat gesteld om samen te blijven.

Als het minder wordt

2014-07-16-hans-brongers-PK-Cushing-02-26Op De Paardenkamp kunnen paarden nog heel lang een mooi leven hebben, maar hoe dan ook gaat de leeftijd wel tellen. Wilde paarden in de natuur vallen uiteindelijk weg, omdat ze te traag worden om de kudde te kunnen volgen. Dat gebeurt op De Paardenkamp natuurlijk niet, maar je kunt wel zien dat paarden op hoge leeftijd steeds meer moeite krijgen om in de groep te blijven functioneren.

Fysiek wordt het geleidelijk minder, ze kunnen minder en hebben dan ook niet meer de behoefte om bij het groepje actievelingen te horen. Ze gaan ook de strijd niet meer aan. Als bezoekers ze komen voeren, doen ze geen moeite meer om daar bij te komen. De paarden gaan zich vaak meer en meer afzonderen, en trekken zich terug uit de groep. Dat is voor de medewerkers een teken aan de wand.