Stalondeugden bestaan niet

Weven, luchtzuigen, kribbebijten…nog niet zo lang geleden werden dergelijke gedragingen ‘stalondeugden’ genoemd. Maar paarden die dit doen zijn helemaal niet stout. Ze vertonen stereotype gedrag.

Een paard dat weeft, verplaatst zijn gewicht de hele tijd van het ene voorbeen naar het andere. Een luchtzuiger zet zijn mond op een randje en slikt met een karakteristieke beweging een hap lucht naar binnen. Kribbebijters vreten aan hout, zo erg dat soms hun voortanden afslijten. Er zijn nog meer van dergelijke herhaalde gedragingen, zoals constant rondjes draaien of tegen de staldeur bonken. Er zijn extreme gevallen bekend van paarden die zichzelf beschadigen. Het wordt gezien als ‘ongewenst gedrag’, omdat het slecht is voor de gezondheid van een paard of gewoon als vervelend wordt ervaren. Van weven wordt gezegd dat het slijtage aan de benen veroorzaakt. Luchtzuigen en kribbebijten zou tot koliek leiden. En er wordt beweerd dat het aanstekelijk werkt.

Symtoombestrijding
In het verleden werd zulk ongewenst gedrag bestreden door het te beletten. Er werd een weefrek in het stalraam gezet, een luchtzuiger kreeg een strakke band om zijn nek en bij een kribbebijter werd alles weggewerkt waar hij zijn tanden in kon zetten. Of er werd zelfs een stroomdraadje aan de binnenkant van de stal gemaakt.
Maar het is symptoombestrijding. Wat is de oorzaak van zulk gedrag? Want als je daar wat aan kunt veranderen, is dat effectiever en fijner voor een paard.

Oorzaak:stress
Stereotype gedrag heeft te maken met stress. Door een herhaalde beweging of gedraging, komt in de hersenen de stof dopamine vrij, die een kortdurend geluksgevoel geeft. Stress bij paarden heeft meestal te maken met het onthouden van de belangrijkste welzijnsbehoeften: sociaal contact met andere paarden, vrije beweging en nagenoeg onbeperkt de beschikking over vezelrijk ruwvoer, waar lang op moet worden gekauwd.
Om met dat laatste te beginnen: een paard maakt alleen speeksel aan door te kauwen. Dat heeft hij nodig om het sterke maagzuur te verlagen. Paarden die niet genoeg kunnen kauwen lopen een groot risico op pijnlijke maagzweren. Te weinig ruwvoer kan betekenen dat ze iets anders gaan zoeken om hun mond in beweging te brengen of hun pijnlijke maag te vullen. Zo krijg je een kribbebijter of een luchtzuiger.

Als een paard eenmaal dopamine-verslaafd is, is dat soms niet meer uit zijn systeem te krijgen. Veel met vriendjes in de wei en altijd ruwvoer helpt wel, maar soms zijn ze zo gewend aan het gevoel, dat ze terugvallen als ze weer op stal komen of een (houten) randje of paal vinden. Maar welzijnstechnisch betere omstandigheden helpen wel de gezondheidsproblemen door stereotype gedrag te voorkomen.
Het is overigens niet waar dat dergelijk gedrag aanstekelijk werkt. Als meerdere paarden het hebben, zegt dat vooral iets over de manier waarop ze worden gehouden en is het verstandig daar iets aan te doen.

Ook bij De Paardenkamp komen soms nieuwe bewoners binnen die stereotype gedrag vertonen. Hier merken we dat deze gewoonten vaak snel afnemen doordat de paarden in een nieuwe omgeving komen. Vooral in het Paddock Paradise, waar zoveel natuurlijke afleiding is, ebben de stereotype gedragingen snel weg. Ook veel sociaal contact met soortgenoten doet ze goed.

(Foto: Heleen Schenk)