Te dik

Veel paarden en pony’s in Nederland zijn te dik. Dat komt omdat we tegenwoordig de natuur in veel gevallen een handje helpen. In het wild werden paarden vroeger in de zomer dikker, waarna ze in de winter – als er weinig te eten was- hun vetreserves opmaakten. Tegenwoordig voeren we ze van alles bij, het hele jaar rond. Bovendien staan weilanden vaak vol met productiegras voor koeien, dat te rijk is voor paarden.

Te dik zijn is niet goed voor pony’s en paarden. Net als bij mensen kunnen ze daar een soort suikerziekte door krijgen. Dat heet insulineresistentie. Het veroorzaakt tal van klachten. Daarnaast kan het leiden tot de levensbedreigende aandoening hoefbevangenheid. Teveel gewicht betekent ook dat de gewrichten zwaarder worden belast, waardoor eerder slijtage optreedt.

Een paard op een verantwoorde manier laten afvallen is best lastig. Het moet geleidelijk gebeuren. Ineens veel minder of geen eten geven kan leiden tot hyperlipemie, waarbij er teveel vet in het bloed komt door de afbraak van reserves. Als de dierenarts daar te laat bij wordt geroepen, kan het dodelijk zijn. Daar komt nog bij dat de spijsvertering van een paard is ingesteld op een constante aanvoer van vezelrijke voeding. Dus als je hem grote delen van de dag (en nacht) niets meer geeft, krijgt hij koliek, wat ook levensbedreigend is.

Als een paard meer energie verbruikt dan erin gaat, wordt hij dunner. Beweging helpt om hem slanker te krijgen. Maar dat wordt lastig als je een paard met een blessure hebt. Of een ouder paard dat niet meer wordt bereden. Hoe gaat De Paardenkamp om met dikke oudere paarden? Beheerder IJsbrand Muller legt uit dat ook deze paarden onbeperkt ruwvoer krijgen, maar dan van speciale paardengrassoorten die op arme zandgrond groeien en zeer weinig energie bevatten. “Je weet alleen wat erin zit als je dat laat analyseren. Daar zijn eenvoudige testen voor, bijvoorbeeld de quickscan van Pavo.” Volgens Muller is het voor hun eigen bestwil nodig om dikke paarden tegen zichzelf te beschermen, bijvoorbeeld door de weideperiode in te korten. “Deze groep blijft bij ons bewust langer in de groepsstalling. Want in vers gras zit toch altijd meer energie dan in kuil of hooi.”

Wat beweging betreft lijkt weidegang beter, maar volgens Muller valt dat in de praktijk tegen. “Er is wel eens met een sensor gemeten hoeveel ze bewogen. Dat is echt te weinig om af te vallen. Het is wel beter als paarden met meerdere bij elkaar staan, want dan houden ze elkaar iets meer in beweging. En wij hebben ook een Paddock Paradise, waarbij je beweging stimuleert, doordat er op verschillende plekken water- en voerpunten zijn.”

Of jouw paard te dik is, kun je controleren aan de hand van de Body Conditie Score. Vaak heb je het zelf niet zo in de gaten, omdat het geleidelijk gebeurt. Maak iedere maand een foto van je paard en leg die eens naast elkaar. Of vraag het aan je dierenarts. IJsbrand Muller waarschuwt voor het geven van extraatjes. “Mensen willen graag ‘goed’ zijn voor hun paard. Dus verwennen ze hem met snoepjes of een schepje krachtvoer extra. Terwijl een pluk energie-arm hooi eigenlijk veel beter en fijner voor hem is, want daar doet hij langer mee. Ook voor paarden geldt dat ieder pondje door het mondje komt. Dus pas op wat je erin stopt.”

(foto: Nikki de Kerf)