Denk als een paard, niet voor een paard

Lezing Machteld van Dierendonck

Op dinsdagavond 25 oktober 2016 gaf klinisch etholoog Machteld van Dierendonck een hele interessante lezing over gedrag en welzijn op De Paardenkamp. Hieronder een verslag.

Wie is Machteld van Dierendonck?

Machteld van Dierendonck is gespecialiseerd in het oplossen van gedragsproblemen bij paarden. Naast haar eigen praktijk, Equus Research, is ze werkzaam bij de universiteiten in Utrecht, Antwerpen en Gent waar ze zich bezighoudt met onderzoek, onderwijs en patiëntenzorg.
Zelf heeft ze vier IJslandse paarden.

Wat maakt een paard een paard; een stuk terug in de tijd

1Als we meer te weten willen komen over het welzijn en de behoeften van paarden, is het van belang om terug te gaan in de tijd, toen paarden nog niet gedomesticeerd waren. Al 65 miljoen jaar zijn er namelijk paarden op de wereld, wij mensen ‘pas’ 3 miljoen jaar. Door al die jaren evolutie zijn bepaalde gedragingen en kenmerken verankerd in het brein van deze dieren, deze zitten zó diep geworteld dat ze moeilijk te veranderen zijn.

Paarden kennen complexe sociale structuren en gaan langdurige sociale relaties met elkaar aan. Het zijn echte prooidieren. Daarnaast beschikken ze over subtiele communicatie: een paard zal weinig signalen geven wanneer hij pijn of angst kent, maar een negatieve ervaring in het verleden zullen ze niet snel vergeten.  Verder zijn paarden zogenaamde ‘trickle feeders’; ze blijven heen en weer lopen, op zoek naar voedsel, staan niet lang stil en rusten in korte tijdsblokken.

Verwilderde paarden, zoals we die ook nu nog kennen, vormen kleine hiërarchische groepen. Hier zien we drie soorten in:

  • Familie: een groep die bestaat uit een hengst, een merrie en hun nakomelingen.
  • Multiple male band: een groep bestaande uit meerdere hengsten.
  • Jonge hengsten groepen: Hengsten tot 7 jaar oud, te jong voor de multiple male band.

Paarden zijn ‘obligaat sociaal’, ze zijn, in welke omstandigheid of welk klimaat dan ook, nooit alleen. Dit komt omdat ze een prooidier zijn en door groepen te vormen, kan er één paard opletten, terwijl de rest eet of rust. Door hun goede zintuigen detecteren ze gevaar snel en hebben ze vaak tijd genoeg om te vluchten in een gevaarlijke situatie.

De basisbehoeften

Al deze kenmerken moeten we meenemen wanneer we kijken naar het welzijn van onze eigen paarden. Maar wat zijn de essentiële basisbehoeften?2

  • Paarden hebben semi-permanente toegang tot ruwvoer en water nodig. Voor hun darmstelsel is het namelijk van belang dat ze om de paar uur eten en drinken.
  • Sociaal contact: een paard dat alleen staat, wordt snel eenzaam. In sommige landen is het zelfs verboden om een paard alleen te houden.
  • Locomotie, oftewel; de mogelijkheid om een afstand tussen de 5 a 10 kilometer op een dag af te leggen.
  • Voorspelbare en consistente omgang: paarden houden van regelmaat.

Dierenwelzijn: hoe meten we dat?

Wanneer we de basisbehoeften van een paard onder de loep willen nemen om te kijken of hieraan voldaan wordt, moeten we weten hoe we het welzijn kunnen meten.

Dit kan niet puur wetenschappelijk, omdat de meting bestaat uit feiten, cultuur (denk bijvoorbeeld aan de omstandigheden voor dieren in zuidelijkere landen) en emoties (zowel van het paard als van de mens).

Wat wel heel duidelijk meetbaar is, zijn bijvoorbeeld veranderingen op fysiologisch vlak, zoals bloeddruk en hartslag. Hier wordt dan ook gebruik van gemaakt bij het meten van welzijn.

De 5 vrijheden

Om het meten van welzijn meer inzichtelijk te krijgen, wordt er in Nederland sinds 2013 als één van de eerste landen ter wereld gebruik gemaakt van de 5 vrijheden. Bij chronische overschrijding van één van deze vijf onderdelen, kun je spreken van een welzijnsprobleem en ben je zelfs strafbaar als dierenhouder.

3Het eerste punt is ‘vrij zijn van honger, dorst en onjuiste voeding’. Dit lijkt heel eenvoudig, maar toch gaat het vaak mis. Een paard moet namelijk de hele dag door kleine beetjes voer kunnen eten, in de praktijk wordt dit echter niet goed verdeeld.

Nummer twee is ‘vrij zijn van fysiek en thermaal ongerief’. Een paard mag het niet te warm of te koud krijgen, maar dit onderdeel houdt ook in dat je moet zorgen voor een goed passend halster en zadel.

Ten derde staat het ‘vrij zijn van pijn, verwondingen en ziektes’ benoemd. Natuurlijk kun je niet altijd voorkomen dat jouw paard ziek wordt of een verwonding oploopt. Wat wel van belang is, is dat je in die gevallen snel en adequaat handelt.

Op de vierde plek staat ‘vrij zijn van om natuurlijk gedrag en gedragspatronen te vertonen’. Dit is best een lastig punt, omdat er nogal wat discussie is over wat natuurlijk gedrag is. Waar je op moet letten, is dat een paard op zoek kan gaan naar voer, bijvoorbeeld door op verschillende plaatsen in de paddock ruwvoer aan te bieden.

Het laatste punt is ‘vrij zijn van angst en stress’, het moeilijkste punt dat er is. Machteld vertelt dat het langdurig aanbieden van verkeerde voeding bijvoorbeeld ook stress opleveren.

 

Welfare Quality criteria

De vijf vrijheden blijken in de praktijk lastig meetbaar te zijn. Daarom zijn de welfare quality criteria ontwikkeld. Deze gelden voor alle diersoorten en hebben de volgende vier aandachtsgebieden: goede voeding, goede huisvesting, goede gezondheid en gepast gedrag. Bij het meten van deze vier punten, worden verschillende parameters gebruikt. Voor het meten van goede huisvesting, kijken we bijvoorbeeld naar de afmetingen van een stal en bij het bepalen van goede voeding, wordt de Body Condition Score ingezet om te meten of een paar te dik of te dun is.

Hieronder gaan we iets dieper in op de vier onderdelen:

  • Goede voeding:

4Van belang is ervoor te zorgen dat een paard geen chronische dorst en honger heeft of verkeerde voeding krijgt. Zorg altijd voor voldoende drinkplekken en vers water. Geef je paard genoeg vezels, ook als je op wedstrijd of op vakantie bent.

Het basisritme van een paard ziet er als volgt uit: 2 tot 3 uur eten, 1 uur rusten. Ze zijn dus eigenlijk bijna continu aan het eten of aan het zoeken naar voedsel. Zoet water drinken ze minimaal één keer per dag, maar liever vaker. In de natuur zien we dat paarden nooit meer dan zes uur achter elkaar niet eten. Zo houden ze hun maag-darmstelsel in beweging.

Maar hoe doe je dat als jouw paard op stal staat? Je kunt dit oplossen door gebruik te maken van zogenaamde slowfeeders, zodat het paard langer bezig is met zijn eten. Machteld vertelt dat het belangrijk is om, vooral ’s ochtends, eerst het ruwvoer aan te bieden en daarna het eventuele krachtvoer. Luzerne is ook een middel dat je aan het ruwvoer toe kunt voegen, waardoor paarden langer bezig zijn met kauwen.

Bedenk ook dat voer verrijking is; speel ermee en wees creatief. Denk bijvoorbeeld aan het geven van takken of maak gebruik van een voerbal.

  • Goede huisvesting

5Het tweede onderdeel van de welfare quality criteria is het belang van goede huisvesting. Hieronder vallen onder andere het klimaat in de stal, veiligheid en de mogelijkheid om comfortabel te rusten.

Is het weiland, de paddock of de stal waar jouw paard staat groot genoeg? Is het er veilig en zijn er comfortabele rust- en schuilplaatsen? Is het er te warm of te koud? En hoe zit het met vervoer; zorg voor goed transport, zodat jouw paard zich niet kan bezeren. Ook harnachement valt onder dit aandachtpunt. Na een rit of wedstrijd, kun je in de mond van het paard om te zien of het bit niet knelt.

Om te meten of de huisvesting goed is, kijkt men bijvoorbeeld naar de afmeting van de stal en wil je weten of de stalbodem dik genoeg is? Laat je dan eens op je knieën vallen. Doet het pijn? Is het vies? Dan weet je dat er een extra laagje stro op moet.

Een ander meetbaar onderdeel van een goede stal is het gedrag dat het paard vertoont wanneer er iets aangeboden wordt wat ze lekker vinden. Hoe minder enthousiast een paard hierop reageert, hoe  beter dit eigenlijk is, het is een teken dat een paard dat lekkers niet nodig heeft, want hij heeft het al goed genoeg. Dit wordt de mate van anticipatie genoemd.

Het rebound-effect is ook een meetbaar onderdeel. Je ziet dit vooral bij paarden die heel lang boxrust hebben gehad. Op het moment dat ze de wei weer in mogen, gaan ze helemaal ‘los’, terwijl paarden die iedere dag naar buiten mogen, zich veel minder gek gedragen.

Ook het contact met soortgenoten hoort onder dit punt: het is belangrijk dat paarden onderling contact hebben wanneer ze op stal staan, maar ook in de wei. De verhoudingen binnen een kudde paarden zijn namelijk ook voor het welzijn belangrijk. Paarden hebben actieve vriendschappen en duidelijke voorkeuren. Het samen spelen, elkaar ‘krauwen’ en het simpelweg naast elkaar staan zorgt ervoor dat de onderlinge band wordt versterkt. Het ‘krauwen’, ook wel groomen genoemd, zorgt er zelfs voor dat de harstslag omlaag gaat, het lichaam minder cortisol (stresshormoon) aanmaakt en er een geruststellend gevoel optreedt.

  • Goede gezondheid

6Ten derde wordt goede gezondheid genoemd in de welfare quality criteria. Dit betekent de afwezigheid van verwondingen, (huid)beschadigingen en ziekten en de afwezigheid van ongemak. Mocht zich een situatie voordoen waarin de gezondheid in gevaar is, moet er snel gehandeld worden.

We kunnen dit criterium meten door te kijken naar pijnherkenning in het gezicht van paarden. Bij pijn zullen de oren minder bewegen, is de kaak vaak aangespannen en zien we opengesperde neusgaten.

Wanneer een paard niet de mogelijkheden heeft om zijn normale sociale gedrag uit te kunnen oefenen, kan de gezondheid op het spel staan. We zien dit bijvoorbeeld bij paarden die niet genoeg bewegingsruimte hebben of niet genoeg prikkels krijgen. Soms uit zich dit in stereotype gedragingen, waarbij het dier gaat kribben bijten of steeds dezelfde bewegingen maakt.

Keurmerk Paard en Welzijn

7Uit de vijf vrijheden en de welfare quality criteria is het KPW ontstaan. Dit staat voor het Keurmerk Paard en Welzijn en is ook een onderdeel van Machteld’s werk. De wens is dat alle maneges en pensionstallen in Nederland die bij de FNRS aangesloten zijn, aan de eisen van dit keurmerk gaan voldoen, zodat het welzijn van paarden in Nederland gewaarborgd wordt. Hopelijk wordt op 1 januari 2017 de aftrap hiervoor gegeven. Ook op De Paardenkamp worden we gescreend op de diverse onderdelen die bij dit keurmerk horen.

Wil je meer weten over het Keurmerk Paard en Welzijn? Kijk dan op: www.keurmerkpaardenwelzijn.nl.

Voor meer informatie over het werk van Machteld van Dierendonck, kun je terecht op www.equusresearch.nl.

—————————————————————————————————————————–

Deze tekst is een verslag van de lezing die Machteld van Dierendonck op dinsdag 25 oktober 2016  gaf op De Paardenkamp. De in het verslag genoemde meningen of uitingen zijn van de spreker van die avond en geven niet per definitie de mening of werkwijze van Stichting De Paardenkamp weer.  Met dit verslag van de lezingen en workshops beogen wij op De Paardenkamp kennis te delen op een laagdrempelige manier. Het verspreiden van dit verslag moedigen wij dan ook aan.

Klik hier voor de PDF versie van de lezing