Wanneer is een paard te mager?

Oudere paarden kunnen vermageren. Als je je paard iedere dag ziet, valt het soms niet zo snel op. Maar het is wel belangrijk om op tijd in te grijpen, voor hij te ver terugvalt. Hoe merk je of je paard vermagert?

Het zou natuurlijk makkelijk zijn als je je paard iedere week op een weegschaal kunt zetten, om te kijken hoe het met zijn gewicht is gesteld. Echter niet iedereen heeft zo’n grote weegschaal voorhanden waar een heel paard op kan. Er bestaan speciale meetlinten om het gewicht van je paard mee in te schatten. Maar dat vergt wel enig rekenwerk en je moet precies op de goede plek meten. Er is een makkelijker methode: de Body Condition Score. Dat is een kaart waarop een aantal plekken op het paardenlichaam staan aangegeven. Op het internet zijn tal van voorbeelden van zo’n kaart te vinden. Door te kijken en te voelen kun je bepalen hoeveel vet en spieren er zitten op de aangegeven plekken. Als je daar een cijfer aan geeft, kom je tot een totale beoordeling, die iets zegt over de conditie van je paard. Je voelt bijvoorbeeld hoe dik zijn nek is, of er genoeg bespiering op zijn schoft zit, of de achterhand niet te puntig is en of de botten van zijn heupen en wervelkolom niet teveel uitsteken. De ribben mag je wel voelen, maar je moet ze net niet kunnen zien. De dikte van zijn buik telt niet mee. Dat zegt namelijk niet zoveel. Als een paard net heel veel hooi of gras heeft gegeten kan hij een hele dikke buik hebben. Maar als er weinig voedingsstoffen in het ruwvoer zitten, heeft hij er niets aan en is die buik ook zo weer weg.

Als je het lastig vindt om vast te stellen hoeveel vet en spieren je paard heeft, vraag dan iemand met meer ervaring om je te helpen de Body Condition Score vast te stellen. Of raadpleeg je dierenarts. Om veranderingen tijdig te signaleren is het ook een goed idee om bijvoorbeeld elke maand een foto van je paard te maken. Doe dit op dezelfde plek en vanuit dezelfde hoek. Leg de foto’s steeds naast elkaar om verschillen te kunnen constateren.

Bij De Paardenkamp houdt het team van medewerkers de paarden goed in de gaten. Als iemand vindt dat een paard terugvalt, wordt dat gelijk gemeld. Omdat er meerdere mensen zijn die de paarden zien, wordt een teruglopende conditie snel gesignaleerd, waarna meteen maatregelen worden getroffen.

Merk je dat je paard dunner wordt, wacht dan niet af. Ga niet zomaar voer bijgeven. Bespreek het eerst met je dierenarts. Het kan zijn dat je paard iets onder de leden heeft. Of misschien gaat zijn gebit achteruit. Dat moet wel eerst worden gecontroleerd. Dat gebeurt bij De Paardenkamp ook.

Veranderingen aan het rantsoen kun je het beste ook eerst overleggen met een deskundige. Ruwvoer hoort altijd het hoofdbestanddeel zijn van het totale menu. Ineens extra krachtvoer bij geven kan tot tal van problemen leiden, zoals koliek en hoefbevangenheid, omdat de spijsvertering van een paard daar niet op is ingesteld. Grote hoeveelheden krachtvoer ineens geven is nooit verstandig, want een paard heeft maar een kleine maag. Mocht er iets aangepast worden, voer dat dan geleidelijk in, zodat je paard eraan kan wennen. Trek er zeker een week of twee voor uit om om te schakelen.