Kom jij pony's borstelen op De Paardenkamp

VACHTVERZORGING

Het verzorgen van de vacht van paarden kan op verschillende manieren en is afhankelijk van wat het paard moet doen. Zodra paarden ouder worden en niet meer hoeven te werken, zoals op De Paardenkamp, zijn er niet zoveel speciale handelingen nodig om hun vacht goed te houden.

De ‘natuurlijke’ vachtverzorging

De vacht van een paard is geschikt om bij regen, hagel en wind buiten te lopen. De ideale omgevingstemperatuur van een paard ligt tussen de -5 en 15 graden. Ze hebben het sneller te warm dan te koud. Als isolatie hebben paarden een laagje lucht onder de haren, die houdt hen warm. De vetlaag op de haren zorgt voor het afstoten van regen, vocht en vuil.

Als paarden (buiten) in groepen worden gehuisvest doen ze vachtverzorging voor een belangrijk deel zelf. Rollen is een belangrijk middel voor paarden, ze doen dat om op te drogen als ze nat zijn, om losse haren kwijt te raken of om zich met een laagje zand te beschermen tegen insecten.

Paarden zijn sociale dieren en kroelen over elkaars rug en nek is onderdeel van hun sociale gedrag. Zo zorgen ze ongemerkt voor het loshouden van de vacht bij elkaar.

Als paarden ouder worden kan de conditie van de vacht achteruit gaan. Ook wordt het verzorgen van de vacht door het paard zelf soms moeilijker. Als ze stijvere ledematen krijgen dan is rollen niet zo prettig meer bijvoorbeeld. Er zijn ook specifieke ziektes en kwalen van de huid. Daarover leest u hier meer.

Vachtverzorging op De Paardenkamp

Bij voorkeur hebben zo min mogelijk paarden op de Paardenkamp een deken om. Dekens gaan kapot, kunnen schuren en wonden veroorzaken en paarden hebben ze eigenlijk niet nodig.

Als een paard voorheen wel een deken op had, wordt het de eerste winter extra in de gaten gehouden en maakt een medewerker de vacht op de rug goed los. De huid is nog verwend en niet gewend om zelf vuil af te voeren. Na één winter zijn ze er door en kunnen ze het zelf met behulp van hun kuddegenoten.

Alleen als paarden geschoren moeten worden krijgen ze daarna een deken op. Paarden worden geschoren als hun vacht te lang of dik is waardoor ze hun warmte niet kwijt kunnen en veel gaan zweten, bijvoorbeeld door PPID (ziekte van Cushing). Ook zijn er paarden die slecht of niet verharen, die worden ook wel geschoren.

De paarden die in het land staan en in de winter in de groepshuisvesting worden alleen geborsteld als het nodig is. Bijvoorbeeld als een paard dikke lagen vuil en haar op de rug heeft waarbij het niet lukt om het zelf of met hulp van andere paarden kwijt te raken.

Het kan ook zijn dat sommige paarden in het land last hebben van huidkwaaltjes, zoals regenschurft, waarbij het belangrijk is om ze regelmatig te poetsen omdat de huid voor een deel aangetast is en niet normaal kan functioneren.

De paarden die op stal staan worden iedere vrijdagmiddag gepoetst. Vaker dan één keer in de week poetsen doen we niet omdat de vetlaag dan teveel wordt aangetast.

In de overgang van de winter naar het voorjaar gaan de paarden verharen. Het lukt niet alle paarden even goed om het haar kwijt te raken. In die tijd borstelen we de paarden op stal extra grondig. Ook geven we paarden die moeite hebben met verharen lijnzaadolie door hun eten. Dat helpt bij het verharen en laat de vacht er ook wat beter uit zien.