Dressuuroefeningen voor oudere paarden

23/03/2017 (19.30 - 21.00 )

Donderdag 23 maart – 19.30 – 21.00

Even voorstellen Tessa van Daalen heeft internationaal dressuur gereden. Ook is ze jurylid en instructrice. Het meest bekend is ze misschien wel van haar werk als schrijfster: voor Bit Magazine, Ros en nog veel meer tijdschriften leverde ze artikelen en ook heeft ze een aantal boeken op haar naam staan. Voor Tessa is dressuur de mooiste paardensport die er is. Dressuur zorgt voor een harmonieuze verbinding met je paard, op een speelse manier.

Ook met oudere paarden kun je dressuuroefeningen doen, als je dit goed uitvoert, zal je merken dat het je paard soepeler en fitter houdt. Wanneer is een paard oud? Tessa heeft een leerling die op Z-niveau rijdt met haar 26-jarige paard, dus leeftijd zegt echt niet alles. Op 23 maart 2017 gaf ze een boeiende lezing op De Paardenkamp.

Wil je een paard dressuur leren? Maak dan van tevoren een plan, schrijf dit uit en formuleer je doelstelling. Hier kun je dan door middel van training naartoe gaan werken. Maar wat als jouw paard al wat ouder is? Kan hij dan nog wel leren? Dat kan hij zeker, het zal alleen allemaal wat langer duren dan bij de training van een jong paard. Vergelijk het maar met mensen: kinderen leren heel snel een nieuwe taal, terwijl dat bij volwassenen veel meer tijd en oefening vergt. Pas bij een ouder paard de training aan en vooral: heb geduld! Heeft jouw paard de verkeerde dingen aangeleerd als het om dressuur gaat? Ook dat is aan te passen, ook al zal hij in panieksituaties wel snel zijn oude gewoontes laten zien. Hoe meer je je paard onder controle hebt, hoe eerder je hem weer ‘terug’ kunt halen, zodat de rust weerkeert.

Hoe veel en hoe vaak train je je oudere paard? Tessa raadt aan je paard zo vaak mogelijk te rijden, als je maar rekening houdt met de duur van de training. Want rust roest en regelmaat is belangrijk. Train dus liever zeven dagen per week een half uurtje dan 2 keer per week vier uur. Natuurlijk hangt alles af van het karakter en enthousiasme van jouw paard én het management buiten de training om, dus of hij genoeg vrije beweging krijgt.

Houd de training afwisselend, ook oude paarden vinden het saai om iedere dag hetzelfde rondje te rijden. Ook als je in de bak rijdt, kun je hier creatief mee omgaan: leg eens wat paaltjes neer, zet wat kegels in de bak en maak zo een nieuwe, uitdagende training. Je paard is mentaal uitgedaagd en je zult merken dat je hier samen veel plezier aan beleeft.

Let wel op met te grote veranderingen, dit geldt voor harnachement, management én in oefeningen. Bouw iets nieuws, zeker met een ouder paard, rustig op. Vrijwel ieder paard van 15 jaar of ouder heeft een bepaalde mate van artrose. Beweging is daarbij juist erg belangrijk, omdat het de gewrichten smeert en problemen voorkomt.

Aan de teugel rijden
Het is belangrijk om ook een ouder paard aan de teugel te rijden. Niet omdat de jury dat zo mooi vindt, maar omdat het de enige manier is waarop hij jou als ruiter kan dragen zonder dat het schade aanricht aan zijn rug. Een paard is namelijk helemaal niet gebouwd op het dragen van gewicht op die plek. Dat kan alleen straffeloos als de rug opwaarts gewelfd is. Aan de teugel gaat dus ook niet zozeer om de hoofdhouding, maar veel meer om het juiste ruggebruik. Daarbij moet worden opgemerkt dat teveel op de voorhand ook net goed is, want dat geeft overmatige slijtage aan de voorbenen. Zorg dat een paard in horizontaal evenwicht loopt. Dat doe je door de achterbenen te stimuleren meer onder te treden naar voren, terwijl je de voorkant op elastische wijze begrenst.

Iets nieuws aanleren Tessa’s advies is duidelijk: Keep it stupid simple. Vraag 1 ding tegelijk aan jouw paard, anders raakt hij in verwarring en begrijpt hij niet wat jij van hem wilt. Ga pas verder als je ‘antwoord’ van hem krijgt. Het is slim als je nieuwe taken opsplitst in kleinere deeltjes. Verder is er één ding essentieel: wees consequent! Zorg ervoor dat je altijd de controle over ‘Ho & go’ (tempo en richting) hebt.

Oefeningen
Oefeningen vanuit stap
Het is met ieder paard, maar zeker met een ouder paard, belangrijk om lang los te stappen. Denk aan minimaal een kwartier en kijk eens op je horloge of je dat echt wel doet, want dat duurt best lang! Dat hoeft niet saai te zijn, je kunt daarin al allerlei leuke oefeningen doen.

Rijd bijvoorbeeld de hoeken extra goed in. Iedere hoek is een oefening op zich, omdat het paard daarbij met zijn binnenachterbeen verder naar voren treedt, als je het op de juiste manier doet. Zorg dat hij goed rechtop blijft en buigt in de hoeken.

Houd eens halt en stap weer weg.

Loopt je paard recht? Zit je zelf recht? Vraag eens iemand om mee te kijken.

Ga eens wat harder of juist langzamer.

Rijd vierkante voltes: Rijd op de binnenhoefslag, zo’n twee meter uit de kant. Een paar meter voorbij B of E geef je een halve ophouding, door even iets meer contact op beide teugels te nemen en je lichaam op te richten. Zodra het paard terugkomt in tempo laat je los. Leg je binnenbeen naar achteren, zonder je kuit op te trekken. De bedoeling is dat je paard met zijn achterhand opzij wegstapt, als een soort kwart keertwending om de voorhand. Rijd rechtdoor naar de overkant, herhaal deze oefening als je twee meter van de hoefslag af bent. Ga ermee door tot je een vierkante volte hebt gemaakt. Let goed op dat je zelf niet voorover gaat, want als een paard dit moeilijk vindt, zal hij geneigd zijn je op de voorhand te zetten. Herhaal dit op de andere hand.

Wijken in verschillende varianten: Rijd over de binnenhoefslag, zo’n twee meter uit de kant. Laat ter hoogte van E of B je paard wijken naar de hoefslag. Focus op de achterbenen, die moeten goed kruizen. Paarden die zich met hun schouder naar de hoefslag laten vallen of helemaal niet opzij gaan, hebben moeite met het overstappen achter of begrijpen de hulp niet. Ga vooral niet mee- of tegenhangen, want daarmee breng je je paard uit balans en maak je het hem heel moeilijk om opzij te gaan. Trekt je paard in het eerste stuk zelf al naar de hoefslag, corrigeer dit dan en blijf over de binnenhoefslag rechtdoor rijden, tot hij dat niet langer doet.

Hoofd naar de wand: Maak een kleine halve volte in de eerste hoek na de lange zijde. Rijd terug naar de hoefslag, waarbij je het hoofd van je paard naar de wand stuurt. Leg je binnenbeen terug en laat hem zijwaarts gaan. Verander halverwege de buiging, zodat je in travers zit. Buig hem voor het einde weer terug. Rijd de volgende lange zijde rechtuit en herhaal dit in de hoek erna.

Staart naar de wand: Draai na de hoek op het begin van de lange zijde door, alsof je van hand gaat veranderen of zelfs bijna recht wilt oversteken naar de andere lange zijde. Zorg dat je paard zo schuin staat dat alleen de achterbenen nog maar net de hoefslag raken. Leg dan je binnenbeen opzij en ga zijwaarts, waarbij de achterbenen overkruizen. Verander na een paar meter de buiging naar de andere kant. Je zit dan in ‘renvers’, een nuttige oefening die helaas in de vergetelheid is geraakt.

Wend af bij A of C en laat je paard in de richting van de hoefslag wijken. Verander halverwege de buiging, zodat je het laatste stuk appuyeert. Alleen de buiging wordt anders. De richting waarheen je beweegt blijft hetzelfde. Het paard moet zijn benen overkruizen en niet recht naar voren wegzetten.

Ga op de binnenhoefslag, ongeveer een meter van de kant. Laat je paard wijken in de richting van de AC lijn. Ben je ter hoogte van E of B, appuyeer dan terug naar de hoefslag. Laat je paard tijdens het wijken al enigszins om je binnenbeen heen buigen.

Oefeningen vanuit draf
Een aantal van de stapoefeningen kun je ook in draf doen. Het is niet erg als een ouder paard eerst iets terugkomt in tempo als je hem iets nieuws laat doen. Laat het hem eerst maar even uitvogelen hoe hij zijn benen moet plaatsen en beloon wat goed gaat. Heeft hij het door, dan kun je het met iets meer tempo proberen te doen.

Doe de zijgangen niet te lang achter elkaar. Een paar meter is goed genoeg. Meer is een te zware belasting voor oudere gewrichten.

Als een paard van nature makkelijker galoppeert dan draaft, begin dan na het losstappen met galop. Dat is een gang die minder ‘bonkt’, omdat het een rollende beweging is. Bovendien is het effectiever voor het aanspannen van de buikspieren, wat nodig is om de rug te bollen.

Oefeningen vanuit galop
Maak in de hoek een volte van zo’n achttien meter, in de tweede eentje van vijftien meter, in de derde een volte van twaalf meter en in de vierde eentje van tien meter. Ga dan tussen E en B op de grote volte en laat je paard –nog steeds in galop- zijn hals strekken tot zijn hoofd ongeveer op borsthoogte is. Het tempo mag hierbij niet veranderen. Neem de teugels weer op en maak een vloeiende overgang naar draf. Verander van hand en herhaal.

Contragalop is eigenlijk de ‘verkeerde galop’. Door dat bewust te rijden, moet een paard zijn lichaam rekken om niet om te vallen. Houd de buiging en stelling van de galop waarin je zit. In contra kijkt een paard dus enigszins naar buiten. Rijd een grote volte bij A of C. Maak daarna een halve grote volte en ga op X in contragalop door op de andere grote volte. Rijd over de X terug naar de ‘goede’ galop. Eigenlijk maak je dus een grote 8. Je kunt het moeilijker maken door uit de contra bij X, een tien meter volte naar de ‘goede’ kant te maken, waarna je nogmaals een grote volte in contragalop rijdt.

Meer oefeningen? Natuurlijk weet Tessa nog zeker 100 andere leuke oefeningen, helaas kwam ze daar tijdens haar lezing op 23 maart vanwege tijdnood niet aan toe. We vragen haar graag nog eens terug voor een vervolg, dus houd de Facebook-pagina van De Paardenkamp in de gaten! Tessa’s website is ook bijna af, voor meer info kun je kijken op: www.tessavandaalen.nl

 

Er zijn geen plaatsen meer beschikbaar in deze workshop.