Waar moet een goed rantsoen aan voldoen?

16/01/2018 (19.30 - 21.00)

Op dinsdagavond 16 januari gaf Annette van Weezel Errens een lezing met als thema: ‘Waar moet een goed rantsoen aan voldoen?’

Even voorstellen:

Annette van Weezel-Errens

Annette van Weezel Errens is afgestudeerd dierenarts en heeft zich verdiept in het rantsoen van paarden. Ze heeft Equilin opgericht, wat is ontstaan uit de passie voor het paard, het idealisme voor een mooiere wereld en de fascinatie voor veterinaire kennis.

Stress

Volgens Annette komt er veel stress voor bij paarden. Dit heeft te maken met onze keuze hoe wij een paard huisvesten en hoeveel wij financieel over hebben voor het paard. Dit is niet altijd wat een paard nodig heeft, en sluit niet altijd aan op de behoeftes van een paard. Stress kan zorgen dat het immuunsysteem in de war raakt. Wat weer ziektes in de hand werkt.

Het spijsverteringskanaal van een paard

Vroeger was een paard 15-20 uur per dag bezig met eten. Hij at van allerlei soorten grassen, kruiden en takjes. Tegenwoordig krijgen onze paarden een soort ‘fastfood’. Goed uitgebalanceerd voer wat ervoor zorgt dat ze het werk aankunnen zoals rijden of de kar trekken.

Als een paard zijn voer opneemt, komt het in de maag. Hij moet veel kauwen om voldoende speeksel te produceren wat nodig is om het maagzuur laag te houden. Dit maagzuur is een natuurlijke barrière voor ziektemakers en is nodig voor het activeren van de spijsvertering. Het voedsel  blijft 3 – 5 uur in de maag, daarna gaat het door naar de dunne darm. Deze is ruim 20 meter lang en daar wordt het maagsap geneutraliseerd. Hier worden de koolhydraten (suiker en zetmeel), eiwitten en vetten afgebroken door enzymen en met de mineralen en vitaminen opgenomen door het bloed.

In de blinde en dikke darm worden de vezels eruit gehaald. De darmen zitten vol goede bacteriën die zorgen voor een goede vertering. De PH waarde in de darmen is erg belangrijk, boven een PH van 6 is optimaal. Als de PH waarde lager is dan kan er overmatig gasvorming plaatsvinden met als gevolg gaskoliek. De PH waarde kan dalen door bijvoorbeeld het voeren van bedorven of beschimmeld voer.

De voedingspiramide

Deze is gemaakt om duidelijk te maken wat belangrijk is voor een paard. De grootte van de lagen geven een indicatie van de verhoudingen van het dagelijks rantsoen. De grootste is ‘water’, dit is het belangrijkste. De vochtbalans moet op peil gehouden worden, er moeten voedingsstoffen moeten verplaatst worden en de lichaamstemperatuur moet geregeld worden.

Hierna komen de ‘vezels’, die in bijvoorbeeld hooi, voordroog, stro en zemelen zitten.  Als je voldoende vezels voert blijft de darmflora in balans, en worden er vetzuren geproduceerd, die er op zijn beurt voor zorgen dat het voedsel met de juiste snelheid door de darmen heen gaan.  Want alleen dan wordt alles eruit gehaald wat ze nodig hebben. De vezels zorgen er ook voor dat het paard een gevoel van verzadiging heeft als hij genoeg heeft gegeten.

Vervolgens hebben de ‘eiwitten’ hun plaats in de voedingspiramide. Deze zijn nodig als bouwstof in de cellen en voor de aanmaak van weefsel zoals spieren. Eiwitten bestaan uit essentiële en niet-essentiële aminozuren. De essentiële kan een paard niet zelf aanmaken en moeten daarom in het voer zitten.

Als volgende zijn de ‘vetten en olie’. Zij spelen een belangrijke rol van het leveren van energie, zijn nodig voor de opbouw van cellen en daarnaast noodzakelijk voor de opname van vet oplosbare vitaminen. Bijvoorbeeld de Vitamine E.

Boven in het puntje van de piramide staat ‘aanvullend voer’. Hieronder vallen alle brokken, muesli’s, granen en supplementen. Deze producten worden gebruikt om eventuele tekorten aan te vullen. Volgens Annette hoeft een paard dat tot M niveau presteert, slechts minimaal een aanvulling voor energie te krijgen op het ruwvoer. Wel zijn de vitaminen en mineralen erg belangrijk om het lichaam gezond te houden. Ruwvoer alleen is dan vaak niet voldoende.

Als je meer wilt voeren aan je paard, moet hij dus ook meer werken, aldus Annette.

Analyse en voedingsschema

Goed voer moet bemonsterd worden zodat je weet wat je voert.
Vaak zit er in je hooi / voordroog 10 – 12 % suiker, wat dus betekent dat als je 10 kilo ruwvoer geeft, je paard al 1 kilo suiker naar binnen heeft gewerkt. Ook kan je in de analyse zien of er genoeg zink, selenium en koper in zit.

Het voedingsschema van je paard moet eigenlijk voor 80 % uit ruwvoer bestaan. Daarnaast altijd een zoutblok aanbieden, en geen stoffig, muf of beschimmeld voer geven. Daarnaast vul je het ruwvoer aan met een brok, muesli of supplement aan om ervoor te zorgen dat je paard alle vitaminen en mineralen binnen krijgt.

————————————————————————————————————————————–

Deze tekst is een verslag van de lezing die Annette van Weezel Errens gaf op De Paardenkamp. De in het verslag genoemde meningen of uitingen zijn van de spreker van die avond en geven niet per definitie de mening of werkwijze van Stichting De Paardenkamp weer.

Met dit verslag van de lezingen en workshops beogen wij op De Paardenkamp kennis te delen op een laagdrempelige manier. Het verspreiden van dit verslag moedigen wij dan ook aan.

Er zijn nog 14 plaatsen beschikbaar.

  • Vul hier 1, 2, 3 of 4